Lex de Grunt blijft zich inzetten voor digitale transformatie in de zorg

Na bijna zes jaar neemt Lex de Grunt, bestuurder namens de Nederlandse GGZ, afscheid van het Informatieberaad Zorg. De Grunt kijkt trots terug op dit lidmaatschap. Zijn tips? Benut de implementatiekracht van de regio’s en leid zorgbestuurders op.Ik zou wel een leergang digitale transformatie in de zorg voor bestuurders van zorginstellingen willen ontwikkelen.

De Grunt is ruim tien jaar bestuurder in de geestelijke gezondheidszorg (ggz). In mei stopt hij als bestuurder bij de ggz-instelling Altrecht en daarmee ook als lid van het Informatieberaad Zorg. Sinds 1 januari is binnen Altrecht een nieuwe organisatie gestart met een nieuw directieteam. “Daar past een nieuwe bestuurder bij om dat team op te bouwen,” vindt hij. Daarbij wil hij meer tijd thuis doorbrengen met zijn kleinkinderen. “Bestuurder zijn is een pittige baan. Je staat altijd aan. Zelfs als ik fysiek thuis ben, ben ik vaak niet helemaal thuis.”

Digitale transformatie

Dat hij stopt als bestuurder wil niet zeggen dat hij stopt met werken. Hij wil zich blijven inzetten voor digitale transformatie in de zorg. “Als ik nog wat kan bijdragen met mijn ervaring en expertise dan zou ik dat leuk en belangrijk vinden.” De passie voor zorg en ICT, is na zijn studie economie ontstaan toen hij in de ICT ging werken bij Cap Gemini. “Ik heb daar een nieuw vak geleerd.” ICT is vervolgens in opeenvolgende functies bij diverse zorgorganisaties zoals GGZ Westelijk Noord-Brabant en sinds 2016 bij Altrecht in zijn portefeuille geweest. De Grunt wordt mogelijk bestuurder van de Regionale Samenwerking Organisatie (RSO) in ontwikkeling Trijn. “Het is gewoon leuk als je het landelijke met de regio kan verbinden. Informatie-uitwisseling tussen zorgorganisatie is de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden.”

Goede gegevensuitwisseling in de zorg- en het lidmaatschap van het Informatieberaad Zorg is van groot belang voor de Nederlandse GGZ -, vertelt De Grunt. “De GGZ heeft vooral heel veel ambulante zorg. Die gaat voornamelijk over gesprekken tussen behandelaren en patiënten. Informatie is daarbij cruciaal. Hoe beter informatie op de juiste plek aanwezig is, hoe beter de zorgkwaliteit. Dat is onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het gaat om de juiste informatie voor de juiste zorg op de juiste plek. De GGZ werkt met veel partners samen, ook met partners in het sociaal domein. Als die niet over dezelfde informatie beschikken van die patiënt, dan is het lastiger met elkaar goede zorg te leveren.”

Informatieberaad Zorg

De Grunt kijkt trots terug op zijn lidmaatschap van het Informatieberaad Zorg. “Ik vind het mooi dat ik heb kunnen meedenken over gegevensuitwisseling in de zorg en mijn bijdrage mocht leveren, en om datgene wat daar gebeurt terug te brengen binnen de ggz en in de regio. Er is meer bewustwording over het duurzaam informatiestelsel en er zijn stappen gezet. Ik kijk erop terug als een hele mooie toevoeging aan mijn kennis en ervaring op digitaliseringsgebied. Het heeft mij echt nieuwe inzichten gegeven.”

Succes

Of het IB succesvol is? “De doelstelling van het IB is het bouwen van een duurzaam informatiestelsel in de zorg. Die ambitie was wellicht groter dan de mogelijkheden. Je kan zeggen dat het complexer is gebleken dan in het begin was gedacht. We hebben een enorm versnipperd zorglandschap. Dus je moet eerst een aantal fundamenten leggen. Ik denk dat die wel gelegd zijn. De belangrijke bouwsteen van standaardisatie komt nu in een wet en een aantal thema’s zijn focusprogramma’s geworden bijvoorbeeld.”

VIPP GGZ

Een belangrijk success voor een duurzaam informatiestelsel zijn volgens De Grunt de versnellingsprogramma’s voor gegevensuitwisseling in de zorg, de VIPPs. Deze raken direct aan de thema’s van het Informatieberaad Zorg (Medicatieveiligheid, Patiënt centraal, Gestandaardiseerde informatie-uitwisseling, en Eenmalig vastleggen van gegevens). “De VIPP-programma’s hebben veel awareness teweeggebracht. Dat op zich is al een mooi succes. Ze hebben ook concrete stappen vooruit gezet in het denken over zorginformatiebouwstenen, medicatieveiligheid, het Landelijk Schakelpunt (LSP) en de juiste informatie op de juiste plek voor de juiste zorg op de juiste plek.”

De Nederlandse GGZ is, middels het Regieteam Informatiebeleid, aanjager geweest van het versnellingsprogramma VIPP GGZ. “We hadden het visiedocument @patientconnect gemaakt over digitalisering in de geestelijke gezondheidszorg. Parallel hieraan was VWS met het idee voor de VIPP programma’s begonnen en kregen we financiering voor een aantal doelstellingen. Alle grote instellingen hebben meegedaan. VIPP GGZ vind ik een heel groot succes. De meeste doelstellingen die we hadden zijn behaald of een eind op streek. Zonder de bijdrage van VWS hadden we nooit zo'n stap kunnen maken. We hebben nu bijvoorbeeld aansluiting bij de apothekers op het LSP. Zorgverleners kunnen nu actuele medicatie overzichten (AMO) ophalen. Dat was digitaal gewoon nog niet mogelijk.”

Standaardisatie

Als het gaat om de complexiteit van gegevensuitwisseling in de zorg wordt vaak de vergelijking gemaakt met de bancaire sector; dat zou veel eenvoudiger zijn. Die vergelijking hoorde De Grunt laatst nog bij een bijeenkomst met de Rabobank en KPMG over de GGZ en digitalisering. “De goede vergelijking is die met de gehele financiële sector. Daar is het ook niet zo dat iedereen alles goed met elkaar kan uitwisselen. We kunnen hiervan wel veel leren, bijvoorbeeld over de standaardisatie bij banken. Uiteindelijk moeten niet alleen informatie uitwisseling bij zorgorganisaties standaardiseren, maar met name de ICT-leveranciers daarachter overtuigen om tot standaardisatie te komen. De opdrachten moeten wel komen vanuit de zorgsector en zorgorganisaties zelf. Dat maakt het complexer, vooral als daar het sociaal domein ook bij komt. Daarbij speelt dat je patiënten informatie niet zomaar mag uitwisselen. Daar is toestemming van de patiënt voor nodig.  Qua techniek zou het moeten kunnen.  Er is gewoon tijd nodig om met elkaar goede afspraken te maken. Dan loop je toch aan tegen het feit dat al die zorgorganisaties allemaal hun eigen systemen hebben. Dus die moeten allemaal met elkaar gaan praten en daar hebben we o.a. de leveranciers voor nodig en die standaardisatie.”

Leveranciers

Leveranciers zitten niet in het Informatieberaad Zorg. “Die moeten natuurlijk wel ergens aan tafel.” Bij het versnellingsprogramma voor gegevensuitwisseling in de zorg VIPP GGZ, zijn de leveranciers vroeg betrokken geweest, vertelt De Grunt. “Die hebben we vanaf dag één aan tafel gehad. Het is nodig om de leveranciers vroeg aan tafel te hebben.”  

Complex

Complex is een woord die bij De Grunt opdoemt als hij terugkijkt op vijf jaar Informatieberaad Zorg. “De thema's die besproken worden en stukken die daarbij hoorden zijn ingewikkeld, groot en soms heel abstract. Dat gezegd hebbende, er komen wel de thema’s aan bod die aan bod moeten komen voor de digitalisering in de zorg in Nederland.”

Regio

Complex is ook de implementatie van de besluiten van het Informatieberaad Zorg. “Dat is een worsteling. We hebben de juiste richtingen en juiste thema’s, maar we moeten ons ervan vergewissen dat dat ergens landt en ons afvragen hoe we implementatie kunnen bewerkstelligen.”
Het antwoord op die vraag geeft hij zelf. “Ik ben tot de conclusie gekomen, dat je landelijke afspraken regionaal moet implementeren. Negentig procent van de patiënten zit gewoon in hun eigen regio. Dus als je focust op goede informatie-uitwisseling in de regio dan kan je met een behapbare groep zorginhoudelijke mensen stappen maken. Dat is overzichtelijker dan proberen het landelijk uit te rollen.”

De Grunt wijst op de rol die regionale samenwerkingsorganisaties (RSO) hierin kunnen spelen. “We moeten die implementatie kracht van die RSO’s goed inzetten. Daar zit een haakje naar succes. De landelijke programma’s zijn vaak helemaal niet bekend in de regio. Terwijl je met minder geld en gebruikmakend van de kracht in de regio meer kan bereiken. ”

Educatie

Zorgbestuurders in de regio moeten daarom op de hoogte zijn van een soort basis aan ontwikkelingen op het gebied van digitalisering vindt, De Grunt. “Het is echt nodig om de digitale transformatie chefsache te maken. Het onderwerp moet op de bestuurstafel van de zorginstellingen terechtkomen, want het gaat niet vanzelf gebeuren.  Bestuurders moeten uiteindelijk met elkaar de wil hebben om een stukje autonomie uit handen te geven als het gaat om projecten die over de grenzen van de eigen organisatie gaan. Ik zou best een leergang of cyclus willen maken om de bewustwording bij bestuurders over digitale transformatie te vergroten.”

Tip voor zijn opvolger

Wie de vacante zetel namens de Nederlandse GGZ gaat innemen in het Informatieberaad Zorg, weet De Grunt nog niet. Wel heeft hij een tip voor zijn opvolger. “Je kunt het IB-lidmaatschap niet een beetje doen. Je moet je echt in de materie verdiepen, affiniteit hebben met digitalisering en bestuurlijk kunnen nadenken over digitalisering in de zorg. Kijk vooral hoe we besluiten kunnen laten landen op de werkvloer.”

Vraag voor Actiz

Een van de komende vraaggesprekken is met Paula Nelissen van Actiz. De Grunt heeft een vraag voor haar. “De geestelijke gezondheidszorg en de langdurige zorg hebben veel raakvlakken, eOverdracht is daar een van. Hoe zouden we op die raakvlakken nog meer kunnen samenwerken? En hoe gaan we regionaal implementeren wat we landelijk afspreken?”

Auteur: Karin Oost

Lex de Grunt